Autopech 1
In het jaar 1977, was het zover. In de krant stond een aanbieding van de lokale Ladadealer:
“Speciale actie”: “een LADA 1200, voor de prijs van Fl.9995,-- gulden” Ik had al een Lada, van enige jaren oud en nu voor het eerst van mijn leven kon ik een nieuwe auto kopen. We gingen naar de garage en kochten de auto, een oranje kleurige. Natuurlijk was er een autoboekje bij en toen de auto eenmaal voor de deur stond, las ik in detail door wat ik gekocht had.

De voorste is mijn LADA 1200. Daar achter de LADA 1300 van mijn zwager.
Vol trots belde ik mijn zwager, die op dat moment in een Toyota rond reed en deed hem de mededeling van onze nieuwe aanwinst. Het duurde niet lang dat mijn zwager mij terug belde en de mededeling deed: “Ik heb ook een LADA gekocht.” “Ook een 1200?” “Nee, een 1300. "Oh". Direct in het instructieboekje gekeken, daar stonden ook de gegevens in van de 1300.
Het betreft hier dezelfde motor als in mijn 1200, met die verschillen dat
de motor een cilinderinhoud heeft van 1294 cc.
De boring/slag bedragen: 79/66. De compressieverhouding 1 : 8,8. Vermogen 69 PK bij 5600 toeren. Koppel: 93 nM bij 3400 toeren. Topsnelheid 145 km/h. Acceleratie van 0 op 100 km/h 18 seconden. Gemiddeld verbruik 9 liter op 100 km. Rijklaar gewicht 1010 kg.
Mijn zwager woont meer dan 200 kilometer bij mij vandaan. Toen hij voor het eerst met zijn familie, in de LADA 1300, bij ons kwam logeren, bleek dat hij exact dezelfde kleur auto heeft. Van buiten is er geen enkel verschil waarneembaar. Ook niet een teken dat het een andere motor is.
Zwager: “Hoe snel is jou auto?”. “Ik heb 150 op de teller gehad, maar dan maakt ie een hoop lawaai”, is mijn antwoord. Zwager: “Die van mij loopt over de 160. Maar ja de zwaardere motor heeft meer reserve.” Ik zeg tegen hem: Die van jou is 55 kg. Zwaarder en heeft maar 4 pk meer. Dat maakt uiteindelijk dan ook niet zo veel verschil meer. Zwager: “Wat gebruikt die van jou?”. Ik had het een paar keer met tanken bijgehouden en kwam op 1 op 12. Ik antwoord: “Eén op twaalf en die van jou?” “Een op dertien”, is zijn antwoord. “Maar in het boekje staat dat die van jou één op elf moet lopen”. Zwager: “Dat klopt niet één op elf en dat is ook logisch van de auto heeft meer reserve. Ik hoef het gas niet zo ver in te trappen, zoals jij dat moet. Die van jou loopt dan “op zijn tenen. Vandaar….”.
Ik laat het verder maar. We maken plannen met onze beide families op vakantie te gaan. Dat hadden we al enige keren gedaan. Maar nu ging het dan met de nieuwe LADA´s. Het werd “Ferien auf den Bauernhof, in het plaatsje Weerberg, in het Inntal, te Oostenrijk, niet vel van Innsbruck verwijderd. Zowel mijn zwager met zijn familie en wij hadden nog nooit bergen gezien, waar sneeuw op lag. De afstand van ons huis naar het vakantieadres bedroeg zo ongeveer 850 kilometer.
Dan komt de dag dat we op vakantie gaan. Ik rijd voorop, want mijn zwager zijn auto is sneller en dan zou ik niet meer bij kunnen houden als ik eens een stuk achter kwam te liggen. In die tijd waren er uiteraard geen communicatiemiddelen.
.

Toen was het nog een plezier om op de Duitse autowegen te rijden.

Zelfs een parkeerplaats was in die tijd een helel avontuur.
Als we zuidelijker in Duitsland komen, wordt het steeds warmer. De zon gaat steeds hoger staan. Omdat de tank maar een inhoud van 39 liter heeft, duur het niet lang of we moeten ergens tussen Kassel en Fulda tanken. We maken even een pauze en willen dan weer weg rijden. Voor die tijd, mijn zwager:"Hoeveel was jouw gebruik?. "Eén op twaalf" antwoord ik. "Ik één op dertien half", zegt mijn zwager. Ik denk bij mijzelf: "Dan zal hij toch wel gelijk hebben, dat een grotere motor zuiniger is". Als we op weg gaan, blijft mijn zwager in de aanloop naar de autoweg even staan, maar kort daarop rijdt hij weer.
Bij de volgende tankbeurt in Beieren, ergens tussen Ingolstadt en München, gaan we weer rusten en tanken. In het vlakke Beierse land is het nu echt heet aan het worden en onze airco bestaat alleen uit de ramen, die handmatig naar beneden moeten worden gedraaid. Na getankt te hebben, en even wat gedronken en gegeten te hebben, willen we vertrekken, maar de auto van mijn zwager slaat niet aan. De startmotor gaat in het rond, maar geen teken van leven in de motor. Ik zeg tegen mijn zwager: "Het lijkt wel alsof hij geen benzine krijgt Raar steeds als je even hebt gestaan, krijg je problemen. Misschien lucht in de benzineleiding".

de zwager aan het werk......
"Wacht maar even, ik weet het al", zegt mijn zwager. Hij opent de motorkap van zijn auto, pakt zijn gereedschapset en begint aan de linker zijde van het motorblok te sleutelen. Ik vraag hem wat hij aan het doen is. "Het is toch een nieuwe auto?" merk ik daarbij op. "Even een paar ringetjes bij de benzinepomp weg halen. Is zo gebeurt". Mijn vraag blijft daarbij onbeantwoord.
Pas veel later vertelde hij dat dat een stanngetje tegen de krukas in de motor loopt en daarmee de benzinepomp wordt aangedreven. Mijn zwager wilde de auto zuiniger laten lopen en heeft een paar ringen tussen de pomp gemaakt, zodat de pomp minder hard zijn werk kon doen. Deze bouwde dan minder druk op. Het probleem is nu, wanneer het echt warm wordt en er tijdens stilstand lucht of gasblazen in de benzineleiding ontstaan, in zijn geval de pomp niet is staat is deze te laten verdwijnen. Dus geen benzinetoevoer.

Ik maak een foto van dit unieke gebeuren. Dan hoor ik een dof geluid "dong". Eerst dacht ik dat er iets van mijn fototoestel gevallen was, maar kort daarop hoor ik mijn zwager mompelen: "Oh God oh God". Ik vraag hem wat er is. "Het aandrijfstangetjes van de benzinepomp is in het carter gevallen. Ik zeg: "Nee he? Wat nu?" Zwager: "Dat weet ik ook niet. De carterpan moet er onder uit"
Ik maak hem duidelijk dat de olie heet is en er heel veel te schroeven valt en dan moet er ook nog een nieuwe pakking tussen, bij de montage. "En dat allemaal op de parkeerplaats!"
Ik kijk op en zie op dat moment een auto van de ADAC de parkeerplaats oprijden. Ik loop de rijdende auto tegemoet, die stopt bij een auto met Engelse kentekenplaten. Uit beleefdheid wacht ik even tot het eerste gedeelte van het gesprek voorbij is. Dit gesprek tussen een wat oudere ADAC man en een man en vrouw, verloopt niet goed. De ADAC man kan niet goed Engels en de Engelsen kunnen helemaal geen Duits. En dan ook nog een technisch probleem verduidelijken valt niet mee.In een woordenpauze zeg ik teden de ADAC man: "Entschuldige, wenn Sie fertig sind lönnen Sie dan....".Verder kom ik niet, want de Engelsman snoert mij als het ware de mond, met woorden dat ik rustig op mijn beurt moet wachten. Ik zeg tegen de ADAC-man "Entschuldige, ich wolte nicht onhöflich sein".
De ADAC-man: "Wass ist los? Wo steht Eure Auto?" "Zwanzig meter weiter", zeg ik. De man stapt in zijn auto en rijdt weg, de Engelsen sprakeloos achterlatend. Als hij de auto zier zegt hij: "Ah een LADA!" Dit bevestigen hoef ik eigenlijk niet te doen want de tqwee oranjekleurige LADA´s vallen gewoon op. Ik leg de man uit wat er gebeurt is. Hij moppert wat op een soort Duits dat ik voordien nog nooit gehoord had en dat kennelijk Bayerisch genoemd wordt. Ik begreep uit zijn toespraak dat hij één en al afkeuring had, voor de werkzaamheden van mijn zwager. Gelukkig kreeg hij hier niets van mee, want zijn Duits is minimaal te noemen.
De ADAC-man pakt uit zijn auto een flexibel stangetje dat ik alle richtingen gebogen kan worden. Aan het uiteinde zit een magneet. Het duurt niet lang en het stangetje hangt aan de magneet en wordt uit het motorblok vandaan gehaald. De ADAC-man zegt dan dat het stangetje niet veel verder naar achteren had moeten liggen, want dan had het carter gedemonteerd moeten worden. De man monteerde voor de zekerheid zélf de benzinepomp met stangetje en gaf de waarschuwing mee om dit nooit meer te doen. Ik wilde de lidmaatschapskaart van de ANWB laten zien en vroeg wat het koste. Voor ik alles bijeen had, zat de man alweer in zijn auto, en reed achteruit richting de Engelsen.
De vraag: "Wat gebruikt jou auto?" is vanaf dat moment taboe geworden.

